Tuesday, May 28, 2013

Mongolië Terelj natuurpark

Aankomst Ulan Bataar keurig netjes om 6.30 uur. Door onoplettendheid mijnerzijds even zoeken naar Bert de Groot mijn gastheer in zijn tentenkamp. Samen met Michael en Charlotte door chauffeur in Toyota Prado naar tentenkamp gebracht. In de stad hadden wij nog iets van wegen waar de automobilisten over zigzagden om diepe kuilen te vermijden. Toen wij de stad achter ons hadden gelaten had men ook nooit meer van wegen gehoord. Toch waren deze zandweggetjes nog niets vergeleken met wat we na een half uurtje meemaakten nadat we het natuurpark waren in gereden. Nadat we eerst met de auto wat  beekjes hadden overgestoken, kwam het betere werk. Een snel stromende rivier. De chauffeur moest toch  nog even zoeken naar een doorwaadbare plaats. Hij probeerde een paar plekken maar deze waren eerder ondoorwaadbaar dan dat wij er zonder al teveel risico door heen konden. Uiteindelijk achtte hij een plek goed genoeg om de auto te water te laten. Hij dook het water in om na 20 meter een vrij steile helling weer op te kruipen. Maar een Toyota Prado is voor geen kleintje vervaard. Voort ging de tocht weer. Over hoge keien en diepe kuilen. De beekjes die we nu nog tegen  kwamen ervoeren wij als uit de hand gelopen regendruppels na een hevige stortbui van bijbelse omvang. 

Wij waren al diverse gertentenkampen tegen gekomen. Ik vroeg of dit allemaal Landalparken waren maar dit was toch wel erg kort door de bocht. Hier woonden gewoon de Mongolen en wanneer het rijke Mongolen waren dan konden zij inderdaad een tweede gertent voor paying guests kopen.Iedere  Mongool krijgt op zijn 21ste 700 meter grond. Wil hij meer grond dan dient hij dit bij te kopen. Wil hij ergens anders grond dan kan hij proberen te ruilen. 

Onderwijl ploegden wij voort. Ik begon het nog leuk te vinden ook. Het werd intussen ook een sightseeing tocht. Dat bleek toen wij ergens stopten en we de auto uit moesten. Nieuwsgierig keek ik rond. Er was in geen velden of wegen een gertent te bekennen. Wij waren bij een heel beroemde rots gedropt. De turtle rock oftewel de schildpad rots. Hij leek ook wel op een schildpad. Na het nemen van de  verplichte foto's ging de tocht weer verder. 

Uiteindelijk  bereikten wij een tentenkamp dat ons kamp bleek te zijn. Het was niet alleen een soort van camping maar men hield er ook veel koeien op na. Er waren al veel kalfjes wat altijd vertederend werkt. 
De vrouw van Bert runde samen met een andere vrouw het boerenbedrijf. Er waren twee Mongoolse mannen ingehuurd voor het hakken van hout en het slaan van palen voor een nieuwe omheining. Maar verder deden ze weinig tot niets. Komt dat vaker voor? In ieder geval werkten de vrouwen zich een slag in de rondte.  

De vrouw van Bert, een geboren en getogen Mongoolse stelde zich aan ons voor. Er was een jonge Nederlandse vrouw die al acht maanden op reis was en de laatste drie weken tegen kost en inwoning op zeer verdienstelijke wijze in het bedrijf mee hielp. Zij bracht ons naar onze tenten. Een vrij royale tent, zeker voor één persoon met een houtkacheltje in het midden. E r was geen elektra, noch stromend water. Als je water wilde, bijvoorbeeld om je te wassen dan moest je vijfhonderd meter verderop naar de rivier. Daar werd ook het water gehaald om te koken en voor de thee en koffie. In de pas aangelegde toilet stonden vier jerrycans van 25 liter. Daar kon je jouw plasje of anderszins mee weg spoelen. Dit leek bijna een Nederlandse natuurcamping. 's Middags had ik het kacheltje aangestoken met het aanwezige hout. Na het avondeten dat in de familietent werd geserveerd was het kacheltje uit en omdat ik toch van plan was te gaan slapen en ik bovendien geen brandstof meer had ging ik  vanwege de kou met al mijn  kleren aan naar bed. Dat was niet echt genoeg. Nadat ik er 's nachts noodgedwongen toch even uit was geweest, mij een weg banend tussen de koeien en paarden die zich om mijn tent hadden verzameld kwam ik door en door verkleumd terug. Het was gelukkig volle maan dus ik kon de koeienvlaaien en paardendrollen aardig ontwijken. In de tent terug gekeerd besloot ik over mijn bodywarmer mijn vest ook maar aan  te trekken om daarna onder diverse dikke dekens te kruipen. Het had die nacht behoorlijk gevroren.

Inmiddels waren er na ons nog twee Nederlanders gearriveerd, Glenn en Patricia die al viereneenhalve maand op pad waren en Maleisië, Indonesië en Japan onder andere hadden bezocht. Voor Michael, Charlotte en mij stond het paardrijden op het programma maar de andere twee wilden heel graag mee.     
De vorige avond was al doorgegeven dat er twee extra paarden nodig waren en keurig netjes om even voor elven kwam een hele groep ruiters aangereden, sommige met heel kleine kinderen voorop. Men stapte af en gaf de paarden aan ons over. Ik was toch wat angstig, maar ik had eventueel een goede smoes tot mijn beschikking. Ik had al laarzen aangepast die ik volstrekt niet aankon. Dat er wel passende laarzen ter plekke aanwezig zouden zijn leek mij een geringe kans. Maar natuurlijk viel ik in de prijzen. De paardeneigenaar had na telefonisch verzoek nog een paar afgetrapte laarzen maat 44 meegenomen waar zelfs ik in paste. Dus geen excuses meer oma. Ik moest wel geholpen worden op het paard te klimmen. Ik ben in de loop der jaren behoorlijk stijf geworden. Toen ik eenmaal recht van rug en met een blik van kom maar op te paard zat ging het derwaarts. De paden op, de lanen in. Alleen gingen deze paden weer door beekjes en dezelfde snelstromende rivier. Onverschrokken lieten wij keer op keer onze paarden te water, die er ogenschijnlijk niet echt veel moeite mee hadden. Over grijsbruin steppegras ging het richting bergen. Hier en daar bloeiden orchidee-achtige bloemen. Het was eigenlijk fantastisch. Volstrekte stilte behalve af en toe het gesnuif van de paarden. Geleidelijk kwamen wij steeds hoger totdat er een moment kwam dat wij moesten afstijgen. De paarden werden aan bomen vastgebonden en konden wat grazen. Wij gingen een steile berg op aan het einde waarvan er een schitterend uitzicht over de vallei ons wachtte. Ja! Ons! Ook ik kwam boven. Weliswaar tien minuten na de anderen maar dat waren jonge twintigers met één dertig plusser. Ik had vanwege mijn nervositeit mijn camera vergeten dus ik moet nu maar afwachten of mijn metgezellen hun beloften nakomen en mij hun foto's zullen e-mailen. Daarna gingen wij weer richting huiswaarts, met helaas  een regenbui, die gelukkig niet al te lang duurde. Maar het werd wel heel koud.  Thuis stond de lunch klaar en na die met gretigheid te hebben verorberd vond ik het tijd om even na te denken. Na een half uurtje, klop, klop op mijn deur. Binnen! Patricia kwam dik ingepakt met een capuchon op haar hoofd naar binnen met de opgewonden mededeling kom nu eens kijken! Ik stapte mijn bed uit om buiten de sneeuwvlokken te zien vallen. Sneeuw eind mei. Schijnt in Mongolië niet heel erg ongebruikelijk te zijn. Het is alleen erg lastig wanneer je alleen sandalen bij je hebt. Maar de vrouw van Bert had gelukkig nog een paar met bont gevoerde laarzen die mij pasten. 

's Morgens was er nog een Nederlands stel gearriveerd. Hans en Loes eveneens echte globetrotters en bovendien reuze aardig. Wij hebben in hun tent de avondmaaltijd genuttigd met een flesje wijn dat ik via onze gastheer had laten aanrukken. Het was en werd hoe langer hoe gezelliger totdat het dan toch kinderbedtijd werd en wij onze eigen tenten opzochten. Er lag inmiddels een flink pak sneeuw en ik was reuze dankbaar voor de mij ter beschikking gestelde laarzen. Er was anders geen doorkomen aan geweest. In de tent was het inmiddels ook al ruimschoots onder nul dus ik besloot nu maar meteen mijn vest aan te houden en mijn capuchon op te zetten. Het gaf natuurlijk geen warmte maar net zoals de vorige nacht liet ik ook nu twee kaarsjes branden voor als ik er 's nachts uit moest wat natuurlijk het geval was. Er was inmiddels een echte sneeuwstorm ontstaan en de wind gierde langs mijn tent. Als hij het maar houdt lag ik bibberend te bedenken. Mongoolse gers (tenten) zijn toch sterker dan de gemiddelde Nederlandse partytent. 's Nachts door de snijdende sneeuwstorm naar het toilet was geen feest. Naast mijn tent plassen leek mij evenmin een optie, want erger nog dan door de sneeuw banjeren richting pot. Maar koud is koud en of mijn billen nog kouder konden worden betwijfel ik achteraf. De koeien en paarden hadden elders beschutting gezocht dus daar hoefde ik niet bang voor te zijn.

De volgende morgen was het werkelijk het mooiste uitzicht dat je je kon bedenken. Een sneeuwwitte wereld en ook de boomtakken droegen dikke lagen sneeuw. Een sprookje en heel anders dan gisteren.
  










No comments:

Post a Comment